Home

Tentoonstelling

Jodenvervolging in foto’s.
Nederland 1940-1945

 
header_360_3.jpg

De tentoonstelling

Op 10 mei 1940, de dag dat nazi-Duitsland Nederland binnenvalt, wonen er 140.000 joden in Nederland. Stap voor stap voert de Duitse bezetter anti-Joodse maatregelen in. Twee jaar later, op 14 juli 1942, vertrekt de eerste deportatie trein met 800 joden uit Amsterdam naar kamp Westerbork, van waar deportatie naar de concentratie- en vernietigingskampen volgt. In totaal worden 107.000 joden uit Nederland weggevoerd. 102.000 van hen worden in de nazi-kampen vermoord; dat is 75% procent van de joodse bevolking, naar verhouding het hoogste aantal joodse slachtoffers in de door nazi-Duitsland bezette landen in West-Europa. 

De tentoonstelling en het boek beslaan verschillende thema’s die de vervolging van de Joden in Nederland duiden. Het begint bij het Joodse leven voor de oorlog, en via thema’s als ‘isolement en intimidatie’, ‘de Joodse werkkampen’ en ‘de deportaties’ wordt de donkerste geschiedenis van de vernietiging verteld.

stap0.jpg

Joods leven voor de oorlog

T2-05A_zw--NIOD-Stapf-96651_forweb.jpg

Joods leven voor de oorlog

Vanaf eind 16e eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog kent Nederland een grote en bloeiende joodse gemeenschap. De meeste joden wonen in Amsterdam, maar ook in de provincie zijn vele kleine joodse gemeenten. Nederland kent tot 1940 geen sterk antisemitisme. Vanaf het begin van de 20e eeuw integreren veel joden in de Nederlandse samenleving. Meer dan 34.000 Duitse en Oostenrijkse joden vluchten vanaf 1933 voor de discriminatie en wreedheden van het Hitlerregiem naar Nederland. 24.000 van hen blijven voor langere tijd. De Nederlandse regering weigert deze slachtoffers van het nationaalsocialisme ruimhartig te ondersteunen. Integendeel, veel joodse vluchtelingen worden aan de grens als ‘ongewenste vreemdelingen’ teruggezonden. Een groot aantal particuliere, politieke en kerkelijke organisaties trekt zich het lot van de joodse vluchtelingen aan en ijvert voor goede opvang. In februari 1939 wordt in opdracht van de Nederlandse overheid het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork gebouwd, gefinancierd door de joodse gemeenschap.


Foto:

In de Amsterdamse Uilenburgerstraat wordt op zondag de ‘joodse markt’ gehouden. Ook bij veel niet-joden is de markt populair.

 
Stapf Bilderdienst, NIOD, 1940

Stapf Bilderdienst, NIOD, 1940

stap2.jpg

Isolement en intimidatie

T3-06-NIOD-zw---STapf-132421-nieuw.jpg

Isolement en intimidatie

Vanaf het najaar van 1940 neemt de bezetter steeds meer maatregelen tegen de joden om hen op maatschappelijk en economisch gebied te isoleren en te marginaliseren. Zo moeten alle in Nederland wonende joden verplicht het aantal joodse grootouders laten registreren. Op die manier bepalen de bezettingsautoriteiten wie er joods is. De eerste stap naar een

totale uitsluiting van de joodse gemeenschap uit de samenleving is gezet. Begin 1941 neemt de straatterreur van Nederlandse nationaalsocialisten in hevigheid toe. Bedreigingen, vernielingen en molestaties zijn aan de orde van de dag. Vooral in Amsterdam komt het tot geweld tussen joden en de WA, de knokploegen van de NSB (Nationaal Socialistische Beweging). 


Foto:

Vierduizend leden van de WA (Weerbaarheidsafdeling) van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) die een propaganda-mars door Amsterdam houden. Op 9 december 1940 marcheren de WA’ers provocerend onder politiebegeleiding door de Amsterdamsejodenbuurt.

 
Stapf Bilderdienst, NIOD, 9 November 1940

Stapf Bilderdienst, NIOD, 9 November 1940

stap3.jpg

‘Voor Joden verboden’

T4-04-NIOD-96836_zw_forweb.jpg

‘Voor Joden verboden’

In de loop van 1941 volgen de anti-joodse maatregelen elkaar snel op. Na de eerste gedwongen verhuizingen worden zwembaden, winkels, cafés, parken en andere openbare gelegenheden ‘Voor Joden verboden’. Voor het gebruik van trein en tram door joden is een speciale vergunning nodig. In de provincie Utrecht maken borden duidelijk dat joden zich in bepaalde plaatsen niet mogen vestigen. Eind mei 1941 mogen joden uitsluitend nog in joodse winkels en op speciaal aangewezen markten hun inkopen doen. Ook worden dit jaar verschillende maatregelen doorgevoerd die joden van hun eigendommen en waardevolle bezittingen beroven. In Amsterdam ziet de bezetter af van het plan een afgesloten getto in te richten. Wel worden in de jodenbuurt borden gehandhaafd met aanduidingen als ‘Joodsche wijk’, ‘Joodsche straat’ of ‘Joodsche gracht’. Economische beperkingen hebben tot doel joden hun levensonderhoud te ontnemen, werkloos te maken en hen uiteindelijk te verpauperen. Nederlandse bestuurders laten het gebeuren.


Foto:

De joodse Nina van Leer (rechts) drijft de spot met een anti-Joodse bepaling van de gemeente Doorn. Haar vader, fabrikant en kunstverzamelaar Willem Alexander van Leer, sterft in september 1941 een natuurlijke dood. Zijn vrouw Bertha en hun drie dochters, Bertha, Meta en Nina worden in daaropvolgende jaren gedeporteerd. Nina zal bij het Oost-Duitse Torgau, in de buurt van Leipzig door Sovjetsoldaten worden bevrijd en als enige terugkeren naar Amsterdam.

 
C.P.R. Holtzapffel, NIOD, 1941

C.P.R. Holtzapffel, NIOD, 1941

stap4.jpg

De gele ster

T5-08-JHM-F010341_forweb_crop.jpg

De gele ster

Begin mei 1942 kent de lange reeks anti-joodse maatregelen een nieuw dieptepunt met de invoering van de Jodenster. Alle joden, ook kinderen vanaf zes jaar oud, die zich buitenshuis vertonen, worden verplicht dit gele kenteken waarop het woord ‘Jood’ staat, op hun kleding te dragen. Er wordt in joodse kringen verschillend op het dragen van de Jodenster gereageerd.

Sommigen proberen hun waardigheid te behouden en doen er ogenschijnlijk luchtig over. Anderen ervaren het als een diepe vernedering. De invoering van de Jodenster is een wezenlijk onderdeel van de voorbereiding van de deportaties: de weg te voeren joden moeten als zodanig zichtbaar worden gemaakt. Opvallend is dat met de toenemende dreiging joodse stellen toch vaak kiezen om te trouwen. Dat mag niet meer in het stadhuis. Omdat de joodse huwelijksvoltrekking (choepa) in de synagoge met veel gasten als risicovol wordt ervaren, kiezen echtparen voor een geïmproviseerde ceremonie thuis.


Foto:

Joods huwelijk van Noach Mok en Betsie (Betje) Turksma in de tuin van een woonhuis in Haarlem. Joden komen niet graag meer in grote aantallen bijeen in synagogen, omdat het risico van een razzia groot is. Tijdens de razzia in Amsterdam van 20 juni 1943 wordt het echtpaar opgepakt. Nog geen drie weken later worden ze vermoord in vernietigingskamp Sobibor in bezet Polen. Noach is 27 jaar, Betsie 19.

 
Collectie Joods Historisch Museum, 29 juli 1942

Collectie Joods Historisch Museum, 29 juli 1942

stap5.jpg

Dreiging

T1-1-Beeldbank-WO2---JHM---161352_vierk_forweb.jpg

Dreiging

Foto:

Het is januari 1943. Ralph Polak en Miep Krant lopen schijnbaar onbekommerd over de Dam in Amsterdam. Een fotograaf die foto’s van passanten maakt en te koop aanbiedt, maakt deze opname. Het paar is verloofd. Als de oorlog voorbij is, zijn ze van plan te trouwen. Het wegvoeren van joden naar kamp Westerbork in Drenthe is in volle gang. Maar gelukkige momenten om bij elkaar te zijn, laten ze zich niet ontnemen. De verplichte Jodenster op hun jassen staat symbool voor de permanente dreiging. Miep Krant wordt kort nadat deze foto gemaakt is bij een razzia opgepakt. In de verzamelplaats Hollandsche Schouwburg wacht zij op transport. Vlak voor haar vertrek naar Westerbork lukt het Ralph, die voor de Joodse Raad werkt, haar op listige wijze vrij te krijgen. Miep duikt onder in Baarn. De onderduikomstandigheden zijn zeer zwaar en zij verzwakt zienderogen. Hongeroedeem wordt haar bijna noodlottig. Als joodse onderduiker kan zij niet in een ziekenhuis worden opgenomen. Tijdens de laatste grote deportatie uit Amsterdam, 29 september 1943, springt Ralph uit de trein en duikt ook onder. Beiden overleven de oorlog. Na de bevrijding trouwen ze met elkaar.

 
Collectie Joods Historisch Museum, januari 1943

Collectie Joods Historisch Museum, januari 1943

stap6.jpg

Joodse werkkampen

T6-07_groot-NRC-in-de-val-van-het-werkkamp-gelokt-Leon-Tokkie_forweb.jpg

Joodse werkkampen

De Duitse autoriteiten besluiten begin 1942 werkloze joodse mannen over te brengen naar werkkampen in het noorden en oosten van Nederland. De mannen worden gescheiden van hun gezinnen en zijn zo door de bezetter gemakkelijker in de greep te houden. Feitelijk zijn de joodse werkkampen wachtkamers voor latere deportatie. De dwangarbeid valt samen met Hitlers besluit joden uit heel Europa te deporteren naar vernietigingskampen. De in totaal 7500 opgeroepen joodse mannen in Nederland moeten spitten op de heide en wegen of paden aanleggen. Aanvankelijk is het Nederlandse kampregiem mild, maar onder Duitse druk wordt dat al snel strenger. Het maken van foto’s om naar huis op te sturen is toegestaan. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 worden alle joodse werkkrachten onder het voorwendsel van gezinshereniging uit de tientallen joodse werkkampen overgebracht naar doorgangskamp Westerbork. Hun vrouwen en kinderen worden thuis opgehaald. In die maand vertrekken negen treinen uit Westerbork richting Auschwitz met ruim 12.000 joden.


Foto:

Joodse mannen aan het werk in de omgeving van het werkkamp Kremboong in Drenthe. Het kamp biedt plaats aan 240 personen. De bewoners worden onder toezicht van de Nederlandse Heidemaatschappij ingezet bij het ontginnen van de heidevelden en het kappen van bossen.

 
Privé collectie, 1942

Privé collectie, 1942

stap7.jpg

Joodse Raad

T7-12-foto-Jaap-Kaas-Joodsche-Raad_zw_forweb.jpg

Joodse Raad

Begin 1941 dringen de Duitse bezetters de Nederlandse joden de Joodse Raad op. De Raad groeit al snel uit tot een enorme administratieve machine met duizenden medewerkers, die het leven van de joden tot in detail regelt. De leiding schippert constant tussen meewerken met de bezetter en opkomen voor de joodse gemeenschap. Bij de joodse gemeenschap dringt de Raad voortdurend aan op stipte naleving van de Duitse verordeningen, ook als het deportatie betreft. Want niet naleving zou nog hardere maatregelen tot gevolg hebben. Onder het motto ‘redden wat er te redden valt’ probeert de Raad joden van deportatie te vrijwaren. Prominente Nederlandse joden en de vele medewerkers van de Raad krijgen zo lang mogelijk een tijdelijke vrijstelling, dus uitstel van deportatie. De lokale afdeling van de Raad in Enschede stimuleert joden om onder te duiken. Op 29 september 1943 worden de laatste in Amsterdam wonende joden opgepakt en naar Westerbork overgebracht. De Joodse Raad wordt daarmee opgeheven.


Foto:

Drukte bij het hoofdgebouw van de Joodse Raad aan de Nieuwe Keizersgracht 58 in Amsterdam. Voor de ingang staat dagelijks een rij mensen met verzoekschriften en vragen. Vooral het al dan niet verkrijgen van de felbegeerde ‘Sperr-stempel’ leidt tot heftige emoties. De stempel geeft recht op vrijstelling van deportatie bis auf weiteres (tot nader order). Deze biedt dus geen garantie, maar uitstel van deportatie is veel waard.


 
Jaap Kaas, Stadsarchief Amsterdam, 1942-1943

Jaap Kaas, Stadsarchief Amsterdam, 1942-1943

stap8.jpg

Daders

T8-07A-NIOD-96950_zw_forweb.jpg

Daders

De Duitse bezetter bereidt de deportaties van de joden uit Nederland nauwgezet voor. Een kleine organisatie zorgt voor een ‘effectieve’ uitvoering. Vanuit Berlijn geeft Adolf Eichmann aan de SS en de Sicherheitsdienst (SD) in Den Haag instructies over het aantal joden dat voor een bepaalde datum op transport moet worden gesteld. De Zentralstelle für jüdische Auswanderung is verantwoordelijk voor de uitvoering. Bij razzia’s worden al snel Nederlandse politiemannen ingezet, terwijl de Nederlandse Spoorwegen ervoor zorgen dat het transport naar kamp Westerbork probleemloos verloopt. Politiebeambten van het Bureau Joodse Zaken, fanatieke ‘Jodenjagers’, maar ook gewone Nederlanders speuren joodse onderduikers op en leveren hen veelal tegen een beloning uit. In kamp Westerbork nemen SS’ers van het Wachbataillon Nord-West de buitenbewaking op zich. Nederlandse marechaussees begeleiden de gevangenen naar hun werklocaties of naar de gereedstaande trein. Ze worden daarbij ondersteund door de Ordedienst (OD). Deze gehate joodse kamppolitie is belast met het handhaven van de orde in het kamp.


Foto:

Nederlandse medewerkers van de SD controleren de persoonsbewijzen van joodse handelaren op de postzegelmarkt op de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam.


 
Bart de Kok, NIOD, zomer 1942

Bart de Kok, NIOD, zomer 1942

stap9.jpg

Deportaties

T9-15-NIOD-96755-161592_forweb.jpg

Deportaties

Onder de verhullende term ‘arbeidsverruiming onder politietoezicht’ moeten vanaf de zomer van 1942 grote groepen joden zich melden voor ‘werkkampen’ in Duitsland. De weg naar de vernietiging is ingezet. Joden krijgen de aangetekende oproep om zich gepakt en bezakt te melden op een aangegeven tijdstip en plaats. Vanaf 20 juli 1942 is die plaats in Amsterdam de Hollandsche Schouwburg, die vanaf 1941 Joodsche Schouwburg is genoemd. Alles wordt gedaan om bij de Joodse Raad – al is het voor tijdelijk – uitstel van deportatie te krijgen. Als te weinig joden aan de oproep gehoor geven, wordt overgegaan tot razzia’s die met medewerking van Nederlandse politieagenten worden uitgevoerd. De eerste bestemming ligt in Drenthe, waar het voormalige vluchtelingenkamp Westerbork nu dienst doet als centraal doorgangskamp (Durchgangslager).


Foto:

Opgepakte ondergedoken joden worden afgeleverd bij een rangeerterrein in Amsterdam-Oost, waar treinen gereedstaan voor deportatie naar Westerbork. Op de voorgrond leden van het Nederlandse Politiebataljon.


 
Bart de Kok, NIOD, 6 juli 1943

Bart de Kok, NIOD, 6 juli 1943

stap10.jpg

Onderduik

T10-11C-IMG_3436_zw_crop_forweb.jpg

Onderduik

Door alle beperkende maatregelen hebben joden in Nederland een uiterst kleine handelingsruimte. De meesten kunnen niet anders dan deportatie afwachten. Toch besluiten 28.000 joden onder te duiken. Ruim een derde van hen zal alsnog worden opgepakt, vaak als gevolg van verraad. Wanneer een oproep voor kamp Westerbork wordt ontvangen, weten velen niet wat te doen. Onderduiken is een sprong in het duister met verstrekkende gevolgen. Velen onderschatten het gevaar van deportatie en overschatten de risico’s van onderduik. Daarnaast zijn geld en dappere niet-joodse relaties vereist. Baby’s en kinderen blijken uiteindelijk de grootste overlevingskans te hebben, maar radeloze ouders moeten dan bereid zijn hun kinderen aan volstrekt vreemden mee te geven. De onderduikplaatsen variëren sterk. Ze zijn te vinden op het platteland en in de stad, soms gerealiseerd in de natuur, of in de eigen woning, vaak bij vreemden en soms bij niet-joodse familie. Om het risico van ontdekking te voorkomen, worden onderduiksituaties slechts zelden gefotografeerd.


Foto:

Het joodse echtpaar Paul en Selma Stibbe-de Raaij duikt onder bij het bevriende echtpaar Hof in Den Haag. Formeel woont alleen Betty Hof in het huis. Haar man Eddy duikt in de eigen woning onder om aan dwangarbeid in Duitsland te ontkomen. De onderduikers oefenen het bereiken van een veilige plek in geval van onraad. Na een razzia in de buurt die bijna tot ontdekking leidt, duikt het echtpaar Stibbe op een andere plek onder. Allen overleven de oorlog.

 
Privé collectie, 1943

Privé collectie, 1943

stap11.jpg

Onderduik en verzet

T11-01-NIOD-97565_crop_forweb.jpg

Onderduik en verzet

De omstandigheden voor onderduikers zijn verre van ideaal. Van enige privacy is nauwelijks sprake. Afgesloten van de buitenwereld nemen spanningen snel toe. Constant is er het gevoel opgejaagd te zijn. Ieder moment kan het afgelopen zijn. Georganiseerde onderduikhulp bestaat nog nauwelijks wanneer de eerste transporten plaatsvinden. Op bescheiden schaal ontstaan verzorgingsgroepen. Enkele richten zich specifiek op het redden van joodse kinderen. Soms werken onderduikers mee aan ondergrondse activiteiten. Het aandeel van joden in het Nederlands verzet is relatief hoog. Een andere mogelijkheid om aan de greep van de nazi’s te ontkomen is een risicovolle vlucht naar het buitenland. Via het eveneens bezette België en Frankrijk wordt Spanje of Zwitserland bereikt. Medio 1943 is het verzet beter georganiseerd, maar de meeste joden zijn dan al weggevoerd. De Duitse politie en Nederlandse ‘Jodenjagers’ maken tot het eind van de oorlog jacht op ondergedoken joden. Door verraad – uit antisemitisme of puur uit winstbejag - maar ook door eigen,verklaarbare onvoorzichtigheid, worden veel joden alsnog opgepakt.


Foto:

Op de zolder van het Kadaster in Alkmaar zijn de joodse Juda Tas en zijn echtgenote Esther Tas-Callo ondergedoken. Op een omgebouwde fiets laadt hij een accu op voor de radio van het verzet, dat op dit adres lokale ondergrondse nieuwsbladen vervaardigt. Tijdens het trappen leest Tas het illegale blad Het Parool.

 
NIOD, 1944

NIOD, 1944

stap12.jpg

Kamp Westerbork

T12-11-NIOD-66318_zw_forweb.jpg

Kamp Westerbork, voorportaal van Auschwitz

Op 14 juli 1942 komt het eerste transport met joden in kamp Westerbork aan. De volgende dag al vertrekt een trein naar het vernietigingskamp Auschwitz. Sommigen verblijven enkele uren in het doorgangskamp, anderen dagen of weken. Hoewel wreedheden of honger niet voorkomen, is het leven in kamp Westerbork verre van aangenaam. De woonbarakken zijn overvol en de hygiënische omstandigheden slecht. Wel zijn er vele voorzieningen aanwezig, waaronder scholen, een winkel, tandartsen en een ziekenhuis. Veel gevangenen hebben een dagtaak in de werkplaatsen of op het nabijgelegen platteland. Wie geen baantje heeft, kan weinig anders doen dan wat doelloos rondlopen. Om even los te komen van de voortdurende druk, zoeken de kampbewoners hun toevlucht in ontspanning, zoals het maken van muziek en het deelnemen aan sportwedstrijden. De Duits-joodse gevangene Rudolf Werner Breslauer, voormalig beroepsfotograaf, legt in opdracht van kampcommandant Gemmeker het kampleven en de deportaties op foto en film vast.


Foto:

Een echtpaar en hun dochter glibberen op klompen over de modderige paden in het kamp. De man heeft een pannetje eten gehaald.

 
NIOD, november 1942

NIOD, november 1942

stap13.jpg

93 treinen

T13-06 Yad Vashem FA29-56 T13.7a 29_56.png

93 treinen

In kamp Westerbork draait alles om het gevreesde transport dat bijna wekelijks op dinsdag naar ‘het Oosten’ vertrekt. Voorbij Westerbork ligt het onbekende, vanwaar geen enkel levensteken komt. Tussen 15 juli 1942 en 13 september 1944 vertrekken in totaal 93 treinen ongehinderd vanuit het kamp naar de concentratie- en vernietigingskampen. Daarnaast wordt een transport samengesteld in de Hollandsche Schouwburg en een in het concentratiekamp Vught. Aanvankelijk vertrekken de treinen vanaf het nabijgelegen station Hooghalen. Nadat een aftakking van de spoorlijn is voltooid, rijden ze vanuit het kamp zelf. Er worden vooral goederenwagons ingezet. In de nacht voor het transport lezen joodse barakleiders lange lijsten met namen voor. Angst en wanhoop zijn het gevolg. Begeleid door de Joodse Ordedienst lopen de aangewezen kampbewoners met hun bagage naar de wachtende trein. Kampcommandant Gemmeker en zijn medewerkers beperken zich tot toekijken. Na het vertrek heerst grote verslagenheid. Naast de bekend geworden Westerbork film zijn aangrijpende foto’s van de transporten in opdracht van de kampleiding gemaakt en bewaard gebleven.


Foto:

De eerste deportatietreinen vanuit Westerbork vertrekken vanaf het kleine station Hooghalen, vijf kilometer buiten het kamp. Chaotische taferelen doen zich voor. Onder bewaking van de Nederlandse marechaussee zeulen de gedeporteerden hun eigen bagage naar de trein. De verwachting is dat hun bezittingen op de nieuwe bestemming goed van pas zullen komen. De serie foto’s van deze vroege deportaties geeft een indringend beeld van het dramatische vertrek. Nadat de spoorlijn is doorgetrokken, vertrekken vanaf 2 november 1942 de treinen vanuit het kamp zelf.

 
The Ghetto Fighters' House, Israël / The Photo Archive, 1942

The Ghetto Fighters' House, Israël / The Photo Archive, 1942

stap14.jpg

Vernietiging

T14-01-USHMM-77241-nieuw_forweb.jpg

Vernietiging

93 deportatietreinen vertrekken uit het doorgangskamp Westerbork. 16 treinen met in totaal 8618 joden hebben Theresienstadt of Bergen-Belsen als eindbestemming. De 34.313 joden die naar vernietigingskamp Sobibor in bezet Polen worden gevoerd, worden bij aankomst direct vergast. 58.380 gedeporteerden gaan naar Auschwitz. Na aankomst in Auschwitz-Birkenau vindt op het perron de selectie plaats. Mannen worden van de vrouwen gescheiden. De meeste vrouwen en kinderen, en mannen die ongeschikt worden geacht worden om te werken, worden direct na aankomst weggevoerd en in een van de gaskamers vermoord. Op 13 september 1944 verlaat de laatste trein met 279 mensen Westerbork op weg naar concentratiekamp Bergen-Belsen in Noord-Duitsland. Pas na de oorlog wordt het gruwelijke lot van de gedeporteerden in volle omvang bekend. Bijna 107.000 joden zijn door de Duitse bezetter gedeporteerd. Minstens 102.000 van hen zijn vermoord, bezweken of hebben zich doodgewerkt in de nazi-kampen. Ongeveer tweeduizend joden uit Nederland zijn vanuit bezet België en Frankrijk gedeporteerd en vermoord.


Foto:

Bij de aankomst van Hongaarse joden in mei 1944 zijn gevangenen van het Kanada Kommando aanwezig. Op de foto zijn zij herkenbaar aan de gestreepte kleding. Terwijl op het perron de mannen en de vrouwen van elkaar gescheiden worden en de selectie van geschikte arbeidskrachten plaatsvindt, verzamelt dit commando de bezittingen van de gedeporteerden. Twee van hen zijn Nederlanders; uiterst links Jaap van Gelder (later Ya’acov Ben-Dror) en naast hem Jaap de Hond. De man gezien op de rug, is naar alle waarschijnlijkheid ook een Nederlander: Maurice Schellevis (later Schellekens). Alle drie zijn in de zomer van 1942 in Auschwitz aangekomen en zullen de verschrikkingen overleven.

 
United States Holocaust Memorial Museum

United States Holocaust Memorial Museum

stap15.jpg

Terugkeer

T15-02-BeeldbankWO2---NIOD-83563_zw_forweb.jpg

Terugkeer

Voor het overgrote deel van de Nederlandse bevolking betekent de bevrijding in mei 1945 het einde van een nare droom die snel vergeten moet worden. De blik is toekomstgericht. Er is weinig bereidheid stil te staan bij het verschrikkelijke lot van de joodse landgenoten. De joodse gemeenschap is totaal ontwricht. Het proces van joodse re-integratie in de Nederlandse samenleving wordt als pijnlijk en traumatisch ervaren. De overlevenden uit de concentratiekampen en voormalige onderduikers ondervinden een moeizame en vaak vergeefse zoektocht naar vermiste familieleden, in bewaring gegeven spullen en een woning. Het klimaat ten opzichte van de overlevenden is kil en ongevoelig. Antisemitische vooroordelen steken de kop weer op. Vijf jaar anti-joodse propaganda heeft zijn uitwerking niet gemist. De Nederlandse overheid is van mening dat er geen aparte hulpverlening voor joodse Nederlanders nodig is. De gedecimeerde joodse gemeenschap moet zo op eigen kracht verder. Aarzelend en gebukt onder de oorlogservaringen, wordt geprobeerd een nieuw bestaan op te bouwen.


Foto:

Joodse overlevenden uit het concentratiekamp Bergen-Belsen komen aan op vliegveld Eindhoven in afwachting van afhandeling van de formaliteiten.

 
NIOD, 8 juni 1945

NIOD, 8 juni 1945

stap16.jpg